Hoftuin - Mien Ruystuin

 

Museum/Gebouwen en Tuinen - de Hoftuin't Hof van Assendelft omvat een fraaie tuin met kleine boomgaard. Hierin staan planten en vruchtbomen uit vroeger tijden zoals Kleipeer, Armgaard en Bellefleur. De tuin is één van de laatste ontwerpen van de befaamde tuinarchitecte Mien Ruys (1904-1999) en wordt volledig in haar stijl onderhouden door een enthousiaste groep vrijwilligers.

 

De tuin is in 1995 door Mien Ruys getekend en stukje bij beetje aangelegd. Op 31 oktober 1997 heeft de commissaris der Koningin van de provincie Zuid-Holland de tuin geopend. 

 

 

De commissaris was toentertijd mevrouw J.M. Leemhuis-Stout. Mien Ruys was toen 93 jaar en kon vanwege haar gezondheid niet aanwezig zijn bij de opening. In een rond perkje staat het beeld van de varkenshoeder. Bij de opening is De varkenshoeder onthuld door twee mensen van het H.C. Andersen Hus uit Odense. De varkenshoeder staat voor het Andersenhuis dat op die plaats stond in de tuin. Het was na de watersnood geschonken door Denemarken en is later afgebroken.

Het beeldje is gemaakt door de kunstenaar Henk Kuizinga die ook de haan gemaakt heeft die tijdens de Koetsveld-tentoonstelling in het museum stond. Henk kreeg zijn opleiding als beeldend kunstenaar in Den Haag, Rotterdam en Tilburg. Hij is docent plastische en ruimtelijke vormgeving aan de Akademie voor Beeldende Kunsten in Rotterdam. Werk van hem is te vinden in diverse musea en galerieën

De tuin kon gerealiseerd worden met de hulp van sponsors die vermeld staan op de balk van het karnapparaat dat in de tuin staat, gegraveerd in koperen plaatjes. De oppervlakte van de tuin is 3000 m2 grond bestaande uit lange borders en een rond pleintje met beeld, grasvelden met aan de straatkant leilindes en een ouderwets hek.

Ook een fruitboomgaard met oude fruitrassen van appels en peren horen erbij. Ook staat er nog een oude wilg en twee mispels en acht vierkante perkjes. Het gras is omzoomd door beukenhagen, hoog en half hoog en er staan nog zes vierkante blokken liguster.

De tuin is opgezet naar de ruimte en de mogelijkheden van de plek. Een van karakteristieken is eenvoud. Daarnaast kreeg de tuin een functionele indeling mee met een losse natuurlijke beplanting. Mien werkte graag met rechte vormen, vierkanten en heldere lijnen, hetgeen ook voor een groot deel de museumtuin kenmerkt. Dat onderscheidde haar van collega's uit die tijd die ook de door haar geliefde plantenborders maar niks vonden. Voor haar maakten juist de planten natuurbeleving mogelijk, een belangrijke functie van een tuin.

Kiezen voor planten die thuishoren bij de gegeven omstandigheden was de stelregel van wellicht Nederlands beroemdste tuinarchitect. De vader van Mien begon in 1888 de kwekerij Moerheim waar dochter Mien geboren werd. Zij trad in de voetsporen van haar vader, haar eerste tuin legde zij aan in 1925. Mien volgde een opleiding aan de Hogeschool voor Tuinarchitectuur Berlin Dahlem. Ook volgde zij colleges in Delft bij professor Granpré Moliere van wie zij overigens geen volgeling was. In 1999 overleed Mien Ruys.